Mangaan is een essentieel sporenelement. Dat betekent dat we er niet veel van nodig hebben, maar dat we niet zonder kunnen. Van sporenelementen is het belangrijk dat we er geen grote hoeveelheden van binnen krijgen, want dan kan de stof schadelijke bijwerkingen hebben. Bij een gezond, uitgebalanceerd voedingspatroon is de kans op een mangaantekort of -overschot onmogelijk.
WAT DOET HET
Mangaan is nodig voor het activeren van enzymen voor de energiestofwisseling. Ook is mangaan onmisbaar bij een goede bloedsuikerspiegel en de vorming van vetzuren en hormonen. Het heeft een beschermende werking tegen vrije radicalen (mangaan valt onder de ‘antioxidanten’) en zorgt in die functie voor gezonde cellen een krachtig immuunsysteem. Mangaan speelt een rol bij de hersenfunctie en de aanmaak van melanine. Daarnaast wordt dit mineraal ingezet bij de behandeling van neurologische stoornissen zoals Alzheimer en schizofrenie.
WAAR VIND JE HET
Rijke mangaanbronnen zijn onder andere granen, rijst, sojabonen, groene bonen en olijfolie. Ook vind je mangaan in spinazie, thee, wortels en noten.
WAT HEB JE NODIG
Voor mangaan is geen Aanbevolen Dagelijkse Hoeveelheid (ADH) vastgesteld. Volwassenen dienen per dag niet meer dan 11 milligram (mg) in te nemen; kinderen (van 1 tot 3 jaar) dienen niet meer dan 2 mg per dag binnen te krijgen. Deze ‘veilige’ dosis is een gemiddelde waarde, die met een zeer ruime marge is berekend. Dat betekent dat een tijdelijk ‘teveel’ of ‘te weinig’ geen direct gevaar voor de gezondheid oplevert.
(Bron: Het Voedingscentrum)
DE JUISTE HOEVEELHEID MANGAAN
Er is niets bekend over specifieke mangaan-tekorten. Wel is bekend dat bepaalde stoffen de opname van mangaan kunnen beïnvloeden. Dit zijn de stoffen calcium, fosfaat en ijzer. Bij een hoog gehalte van deze stoffen in de voeding, kan er minder mangaan worden openomen; bij een laag gehalte wordt mangaan juist weer beter opgenomen uit de voeding. Overdosering van mangaan door opname uit de voeding komt onder normale omstandigheden nauwelijks voor.





